Thassos.gif (1957 bytes)

[landschap][piraten][kolonies][continent][oude stad][theater]

DE STICHTING VAN THASSOS

Museum Thassos Tegen het einde van de 8e en het begin van de 7e eeuw v. Chr. ontstond op Paros het plan tot kolonisatie van Thassos. De eerste kolonisten zijn afgebeeld door Polygnotos, de grote schilder van Thassos, op een schilderij dat in de Lesche van de Knidiers te Delfi stond opgesteld. Pausanias vermeldt dit en zegt dat het schilderij de vader van de stichter van Thassos, Tellis voorstelde, die samen met een Derneter-priesteres, Kleiohoia, de Demeter-cultus (per schip) naar Thassos bracht.

Een generatie later, ca. 680 v. Chr. volgde de zoon van Tellis, Telesikles een orakelspreuk uit Delfi en verkondigde aan de bewoners van Paros dat het orakel hem had opgedragen op het eiland 'Hierie' (= de Heilige) een stad te bouwen die 'van verre te zien was' (eudeielon asty). Op het eiland aangekomen moest Telesikles zware strijd voeren voordat hij in het noorden van het eiland de stad Thassos (op dezelfde plaats als de huidige stad) kon stichten.
Gedurende de eerste eeuwen van het laatste millennium voor Chr. werd Thassos bewoond door 'barbaren'. Het waren zeker Thraciers die tot de stam van de Pangeon behoorden. Van deze Thraciers komt ook de oudere naam van het eiland Edonis of Odonis. Het is waarschijnlijk afgeleid van de naam van de stam de Edonen van Pangeon, die met de door Archilochos genoemde Saiers verwant zijn. Twintig tot dertig jaar na de veldtocht van Telesikles, ca. 660-650 v. Chr. begon met behulp van ongeveer 1000 inwoners van Paros, de verovering van de tegenoverliggende kust van Thracie, die later bekend werd onder de naam 'het Thassische kontinent'. Aan deze strijd deed ook de lyrische dichter Archilochos, zoon van de stichter van Thassos, Telesikles, mee, evenals een vriend van hem, de generaal Glaukos, zoon van Leptines. Glaukos viel in de strijd om de stichting van de staat Thassos. Zijn cenotaaf werd op de agora van Thassos gevonden. Fragmenten van de liederen van Archilochos bewijzen dat de verovering van het tegenoverliggende kustgebied zeer zwaar geweest moet zijn. De dichter zelf werd bijna gevangen, maar hij redde zich op de vlucht. )

Thassos Pritaneion

'Een Saier mag zich verheugen over het schild
dat ik bij een bosje achterliet,
mijn voortreffelijk schild, ongaarne gaf ik u prijs!
Ik kon mijn leven redden...
Wat kan mij dat schild nog langer schelen!
Ik koop me weldra een ander dat net zo goed is.'

In deze periode, maar ook later nog, stichtten de Thassiers op de kust van Thracie een reeks 'Emporia', verdedigbare handelsposten. Zeker is dat Galepsos, Oisyme, Neapolis, Stryme en Krenides echte kolonies waren en waarschijnlijk ook Pistyros, Akontisrna, Antisara en Apollonia. In de 6e eeuw v. Chr. dringen ze door in de streken van Skaptettyle in het Pangeon-gebergte, waar beroemde goud- en zilvermijnen lagen.
Thassos beleefde de grootste bloei in de archaische periode. Met de winst uit de mijnen van het eiland en van het Pangeon-gebergte (jaarlijks een som van 200 en soms 300 talenten, bouwden de Thassiers een sterke handels- en oorlogsvloot. Toen werden ook de belangrijkste gebouwen en heiligdommen opgericht. In de architectuur, sculptuur en keramiek vond het bloeiende culturele leven zijn uitdrukking. In het laatste kwart van de 6e eeuw v. Chr. vinden we de eerste zilveren munten met de voorstelling van Silenos, die een heftig tegenstribbelende nimf ontvoert.

De bloeitijd loopt ca. 500 v. Chr. af, volgens Herodotus werden de Thassiers door hun buren verdacht gemaakt bij de Perzen. Er werd beweerd dat ze afvallig zouden zijn. De Perzische koning Darius beval de Thassiers hun stadsmuren af te breken en hun oorlogsvloot uit te leveren. Het feestmaal dat Thassos in 480 v. Chr. aan het leger van de Perzische koning Xerxes aanbood om hun kolonies te redden, kostte maar liefst 400 talenten. Na de aftocht van de Perzen werd Thassos in 477 v. Chr. lid van de Attisch-Delische Zeebond en leverde 30 trirenes. Een poging van de Atheners om het gebied van Pangeon onder controle te krijgen, veroorzaakte de uittreding van Thassos uit de bond. In het jaar 465 v. Chr. onderneemt de Atheense generaal Cimon een veldtocht tegen Thassos. Hij belegerde de stad drie jaar. Dit noodzaakte de Thassiers de uiterst harde voorwaarden van de Atheners te accepteren, nl. de muren te slechten, een grote schatting te betalen en het zgn. 'continent', met de mijnen op te geven. Sindsdien behoorde Thassos tot de invloedssfeer van Athene. In het laatste kwart van de 5e eeuw wordt Thassos weer een belangrijk handelscentrum. Dit blijkt uit de munten die na ca. 435 geslagen werden en uit de omvangrijke uitvoer van amforen met de voortreffelijke wijn van Thassos, die vermeld wordt door Aristofanes. Het blijkt ook uit de douanecontrole welke de stad in een uitgestrekt gebied uitoefende: vanaf de berg Athos in het westen tot aan de monding van de rivier de Evros in het oosten. In het museum van Thassos kan men nog 2 inscripties zien van wetten, die het verkopen van wijn regelden.

Tijdens de laatste fase van de Peloponnesische oorlogen heeft de stad ernstig te lijden gehad onder de burgeroorlog met haar kolonie Neapolis, er zijn opstanden en samenzweringen. Ook de inmenging van Sparta en Athene liet sporen na. In het jaar 405 v. Chr. veroverde de Spartaanse generaal Lysandros de stad. Hij beval alle Atheens gezinde mensen in het heiligdom van Herakles te vermoorden. Het Spartaanse garnizoen op Thassos werd tussen 390 en 388 v. Chr. verjaagd door de Atheners en iets later, in 375 v. Chr. werd Thassos lid van de tweede Attische Zeebond. De oorlogshaven van Thassos diende toen als steunpunt van de vloot van de Atheners.

Thassos Limenas
Thassos Limenas

 

Spiti.gif (1863 bytes)